Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Glasnost | September 21, 2017

Scroll to top

Top

Matthijs Veenstra – Hier is het schrift dus niet voor uitgevonden (1)

Matthijs Veenstra – Hier is het schrift dus niet voor uitgevonden (1)
Silvia Donker

Glasnost heeft een nieuwe columnist! Matthijs Veenstra debuteerde afgelopen maandag bij ons in de studio met de eerste column uit de serie ‘Hier is het schrift dus niet voor uitgevonden’.

Onderwerp van gesprek: de motivatiebrief. Wat hebben HEMA-worst, exotisch gevogelte en blauwaderkaas daarmee te maken? Luister of lees dat terug in deze eerste aflevering.

Hier is het schrift dus niet voor uitgevonden, aflevering 1: De Motivatiebrief

Column voor Glasnost op 27 oktober 2014. Door Matthijs Veenstra.

Ik beken. De motivatiebrief is mij niet vreemd. Ik heb er onlangs zeer veel moeten schrijven. Tijdens het schrijfproces beplakt het schaamrood mijn kaken gelijk ketchup een hemaworst. In een uitgekleed narratief schets ik een protagonist die men in een roman al na twee zinnen dood zou wensen.

Dit is geen overdrijving, zo heb ik mijzelf onder andere als volgt beschreven:

“Ik beschouw mijzelf als een ambitieuze targetgerichte, enthousiaste salestopper met een vlotte babbel. Mijn commerciële instelling en sociale karakter maken mij een teamspeler die snel een klik heeft met de klant.”

Deze beschrijving is, naast een leugen, ook precies waar het schrift niet voor bedoeld is. Het doet me nog het meest denken aan iemand die, nadat hij wat veren in een diepgevroren plofkip heeft gestoken, meent een specialist in het fokken van exotisch gevogelte te zijn.

Wat ik bedoel is dat ik het niet eens ben met de manier waarop de motivatiebrief de wereld verfraait. Iedereen is enthousiast en ambitieus en sociaal, en zelfs de meest stompzinnige activiteit is zogenaamd een mogelijkheid om jezelf te ontwikkelen. Ik wil helemaal niet meedoen aan het verbloemen van mijn middelmatige kanten, of het ontkennen van de verveling die nu eenmaal een vast onderdeel is van het menselijk bestaan. Ik zou dus veel liever iets schrijven als:

“Geachte heer/mevrouw,

Bij het lezen van uw vacature werd ik niet enthousiast. Eigenlijk deed het me vrij weinig. De reden dat ik deze brief schrijf is doodeenvoudig: omdat ik – net als iedereen – psychologie heb gestudeerd en daarin niet bijzonder uitblonk, ben ik bereid vervelende arbeid te verrichten in ruil voor loon.

Ik beschouw mijzelf daarom als een makkelijk te houden huisdier, dat met weinig genoegen neemt. Ik denk dus dat ik best uren achtereen, afgezonderd in een labyrint van technologie, de ene na de andere soortgenoot telefonisch kan lastigvallen zonder dat dit ten koste gaat van mijn volgzaamheid.

Daarom kan ik garanderen dat ik me niet tegen een dergelijk bestaan zal verzetten, bijvoorbeeld door er commentaar op te hebben met een postmodernistische musical getiteld “Gratis toegang voor drukke kinderen onder de twaalf”, waarin Matthijs van Nieuwkerken urenlang in een iets te krap Donald Duck pak over het podium rent, en door een megafoon adviezen naar het publiek schreeuwt als “Dat jurkje kan wulpser mevrouwtje!” en “Blauwaderkaas en het Turks stoombad: a match made in heaven”.

Maar goed, met dit soort kunstzinnige uitspattingen laat ik mij niet in. Daarom denk ik dat ik deze functie naar ieders tevredenheid uit zal voeren.

Met gelatenheid zie ik uw reactie tegemoet.

Vriendelijke groeten,

Matthijs Veenstra”

Toegegeven, het is heel erg onwaarschijnlijk dat ik deze brief ooit onder een recruiterneusje zal schuiven. Geld temt de mens, dus houd ik mij braaf aan de strakke voorschriften van de sollicitatieprocedure. Volgens mij is de motivatiebrief in die procedure weinig meer dan een geschreven garantie van tamheid. De brief zegt eigenlijk: hierbij laat ik zien dat ik me aan de regels kan houden, hoe belachelijk die ook zijn. Ik vind het zonde dat het schrift gebruikt wordt waar een halsband zou volstaan.