Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Glasnost | October 17, 2017

Scroll to top

Top

Joost de Vries: “Je wilt toch boeken die je als lezer een schop onder je kont geven.”

Joost de Vries: “Je wilt toch boeken die je als lezer een schop onder je kont geven.”
Anna Dijk

Dit najaar kwam Vechtmemoires van Joost de Vries uit. Na twee romans is dit zijn eerste essaybundel. Dinsdag 16 december was hij bij literair dispuut Flanor en hield hij een lezing over na aanleiding van zijn bundel.

In de bundel behandelt hij veel verschillende thema’s, maar tijdens de lezing ging het vooral over ironie in literatuur, het hoofdthema van de bundel. Ironie is volgens hem tegenwoordig niet meer een stijlmiddel om ‘grote waarheden’ onderuit te halen. Die zijn inmiddels wel redelijk onderuit gehaald, en ironie is nu vooral een soort superioriteit ten opzichte van je eigen leven. Op een bepaalde manier is het een schild: je doet, draagt, zegt dingen die je echt eigenlijk niet echt leuk, mooi of belangrijk vindt, maar niemand kan zeggen dat je je dom gedraagt of dat je er niet uitziet want je doet het immers ‘maar ironisch’. Het creëert kortom vooral afstand. Uiteindelijk concludeert Joost de Vries dat je geen leven kan leiden of goede romans kan schrijven als je je altijd verschuilt achter ironie, maar dat je op zoek moet gaan naar de dingen die je echt belangrijk vindt.

In twee andere essays past hij zijn these toe. Hij droeg een essay voor waarin hij zegt dat die distantie een soort nieuwe preutsheid in literatuur teweeg brengt (dit essay werd bij De Correspondent gepubliceerd toen de bundel verscheen) en een essay waarin hij aan wil tonen dat het onderwerp verrassend vaak terugkeert in het werk van veel schrijvers uit zijn generatie.

Joost de Vries wordt, vanwege zijn kritiek op ironie, vaak afgerekend op zijn ironische schrijfstijl. Maar zijn ironie zit alleen maar aan het oppervlakte. Daaronder is hij bloedserieus en schrijft hij over dingen die hij belangrijk en interessant vindt. En dat kan van alles en nog wat zijn: nostalgie, familie, dood, mannelijkheid, schrijvers waar hij bewondering voor heeft, maar ook Ryan Dunn en het verschil tussen zombies en vampiers in maatschappelijke context.

Zijn schrijfstijl is prettig en de manier waarop hij experimenteert met de vorm van de essays zorgt voor een goede afwisseling. En zijn bundel is interessant – ook als je het niet met hem eens bent – omdat hij onderwerpen behandelt die actueel zijn in de literatuur, het vrijwel alleen maar over kunst uit deze eeuw heeft en hij het aandurft om een hele generatie schrijvers te bespreken zonder in algemeenheden of persoonlijke aanvallen te vervallen.

Na de lezing interviewde ik Joost de Vries over Vechtmemoires, beluister hier het interview: