Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Glasnost | October 23, 2017

Scroll to top

Top

Willem Goedhart – Social Musea (2)

Willem Goedhart – Social Musea (2)
Jelte Posthumus

Willem Goedhart schrijft tweewekelijks een column waarin hij een kwantitatieve analyse loslaat op de cultuurwetenschappen. Vandaag: social musea. 

Social Musea

Musea zijn voor velen synoniem met stoffig, ouderwets en in zichzelf gekeerde instituten die hun eigen waar aanprijzen en weinig interactie hebben met het publiek of de kunstwereld rondom hen. Niets is natuurlijk minder waar. Musea zijn hot en happening! Wekelijks zijn er evenementen met hippe artiesten, performances en QR-codes. Misschien wel de grootste ontwikkeling die musea (en veel culturele instellingen) de laatste jaren hebben doorgemaakt, is de toetreding tot de sociale media. Van het Rijks tot het Eelder Klompenmuseum: allen zijn te vinden op Facebook, Pinterest, Twitter en soortgelijke netwerken. Maar: levert dat ook meer bezoekers op?

Voor mijn mini-onderzoek heb ik de social media-activiteiten van drie musea geanalyseerd: het Van Goghmuseum, het Kröller-Mülllermuseum en ons eigen Groninger Museum. Drie musea die een grote moderne kunst-collectie hebben en verspreid over het land liggen. Om de populariteit van deze instanties te meten, kijk ik puur naar de bezoekersaantallen. Dat is immers waaruit het museum de meeste inkomsten genereert, subsidies daargelaten. Omdat as we speak allerhande stagiaires en datafreaks druk bezig zijn de jaarverslagen over 2014 uit te typen, is indien nodig gebruik gemaakt van gegevens over 2013. Voor de aantallen wat social media betreft: die zijn lekker actueel.

Eerst maar even de bezoekersaantallen. Het Van Gogh trok maar liefst 1,6 miljoen bezoekers (alleen het Rijksmuseum deed het met 2,5 miljoen beter in Nederland). Kröller-Müller kwam uit op bijna 400.000 kijkers, en het Groninger Museum scoorde ook dit jaar traditiegetrouw circa 200.000 bezoekers. Fijne getallen om mee te rekenen: het VG is acht keer zo populair als het GM, vier maal meer dan het KM, die weer twee keer zoveel bezoekers trokken dan Groningen (u volgt het nog). Verklaringen daarvoor laat ik aan de lezer, al heeft het Van Gogh met zijn ligging en internationale allure natuurlijk een lichte voorsprong.

Schermafbeelding 2015-01-21 om 15.38.17

Het aantal followers van het Groninger Museum: 36.1K

Nu de social media. Vinden we daar dezelfde verhoudingen tussen populariteit, aantal likes en volgers? Het VG heeft ruim 550.000 Facebook-likes en 105.000 Twitter-followers. Het KM haalt bijna 12.000 likes en 10.000 volgers. Het GM heeft op Facebook slechts 9.000 likes, maar op Twitter daarentegen ruim 36.000 volgers. Wat betekent dat precies? Het Van Goghmuseum is op Facebook veel populairder dan het aantal bezoekers indiceert. Het Groninger Museum doet het daarentegen veel beter op Twitter, dan dat men bezoekers trekt. Dat eerste kan ik verklaren op basis van Amerikaanse scholieren die na hun spreekbeurt over Ven Gook diens museumpagina liken.

Met het Groningse Twittersucces weet ik geen raad. Het museum staat naar eigen zeggen op de zevende plaats van Nederlandse musea met de meeste volgers, terwijl het qua bezoekers jaarlijks rond de twintigste plek schommelt. Wie het Twitteraccount nader bestudeert, ziet dat er veel over (muzikale) activiteiten in het museum wordt bericht, wat mogelijk een breder en jonger publiek verleidt om de Groningers te volgen. Ook de toon van de tweets is scherp en vlot, met veel foto’s en links. Mogelijk zijn de sleutels tot succes de zogenaamde GMinsiders: “een groep enthousiaste studenten van verschillende opleidingen die vrijwillig meedenken over social media en internet.”

Allemaal leuk en aardig, maar het succes van het Groninger Museum op de sociale media heeft nog niet geleid tot stijgende bezoekersaantallen. Daar moet iets aan gebeuren. Misschien kunnen we een spannend internetspel opzetten waarvan de ontknoping tussen de kunstwerken plaatsvindt. Het museum als digitale speeltuin. Happening!