Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Glasnost | January 24, 2019

Scroll to top

Top

Robin van Ommen: Volhouden

Anna Dijk

Robin van Ommen is blogger bij ABCYourself, een literair blog waarbij beginnende schrijvers onder begeleiding van Edward van de Vendel aan hun schrijven kunnen werken. Hij kwam naar de studio om zijn kunsten aan ons te laten horen:

 

Volhouden

Voorgelezen bij Glasnost op 16 januari 2015. Door Robin van Ommen.

Mijn vingers trillen over haar handhuid terwijl ze praat. Haar woorden hangen aan draadjes voor mijn ogen. Wazig. Ik maak een breinstop. We zitten op de vieze rode bank van mijn vorige huisgenoot en hebben net wanstaltige seks gehad. We hebben geneukt. Haar benen hangen over de leuning en ze drukt tegen me aan, de zittende lepel. ‘Lief, wil je nog wat tosti’s maken?’ vraagt ze, even tussen haar betoog. Ze pulkt aan haar pakje methol-peuken.
Knikkend maak ik me klaar om te staan, maar, in een moment vloeit de gedachtestroom terug en duw ik bijna mechanisch mijn hand op haar schouder. IJs stolt in mijn botten. Vera kijkt me aan, strak. Twee seconden ernst.
‘Hou je nog van me?’
Slikken.
Shit.
Heb ik?
Nu is het afhopen. Een lang gesprek over ons en-
Ze zucht. Vermoeid.
Een moment van niet snappen. Verbazing had ik kunnen hebben, of zelfs een grimas, een frons, een gezichtsuitdrukking of een trekje. Iets. Maar ze zucht.
‘Gaat het wel goed met je, Thoom?’ Vera gaat verzitten. ‘Als er iets is, moet je het me vertellen.’
‘Er is helemaal niets,’ zeg ik. ‘En ik vroeg je wat.’
‘Is het de drukte? Je bent de laatste tijd zo gespannen.’ Vera stugt door. ‘Volgens mij is er wel wat.’ Ze pakt een sigaret en steekt hem op. Haar ogen blijven tegen mijn neus pakken. ‘Er is iets.’
‘Zeg, gaat het nu opeens over mij?’ Ik voel mezelf boos worden.
‘Ja, het gaat nu over jou. Je stelt een rare vraag.’ Vera legt haar rechterwijsvinger op haar linkerringvinger, brengt haar handen bij haar mond en neemt haar recherchestance aan. Kuthouding. ‘Waar denk je aan, Thomas? Ik wil weten wat je denkt.’
Ik haal diep adem. Het ijs ontvriest tot water en de dammen vloeien over. Woorden vliegen over mijn hersencellen in rapper tempo dan ik ze kan bedenken, ze vallen over elkaar, huppelen over lange tongvallen, breken grammaticale en stijlvolle taalregels, zijn spreektaal en viestaal, scheldtaal, breken door angstwallen en leggen jongenszwakte bloot, maar zeg dan uiteindelijk: ‘Ben gewoon fucking moe. Dat is alles. En ik ben bang en gestrest. Dat weet je allemaal wel. En dus bang dat je niet meer van me houdt. Dus. Snap je? Ik wil antwoord, graag. Nu graag.’
‘Dat je daar nog over kan twijfelen!’ roept ze, terwijl ze in haar ogen wrijft en haar peuk blind, met iets teveel kracht uitdrukt. Een verloren aspluim brandt door de bank. Haar stem klinkt boos en een beetje weifelend. ‘Maar ik vind het raar dat jij daar dus over denkt.’ Ze steekt een lok achter haar rechteroor. ‘Waarom zou je dat doen? Echt waarom? Hou jij nog wel van mij, Thoom? Doe je dat?’
Eventjes complete stilte, de klok tikt veertien tellen door.
Vera’s houding zakt tot onzeker.
Ik schiet in manmodus.
‘Natuurlijk. Meer dan van wie ook. Dat weet je toch?’ Ze liplacht. Ontlading van adem. Vrouwhouding. Ze trekt me dichterbij en wil me zoenen. Alleen: bij mij knaagt er iets en druk ik haar lichtjes weg.
‘Ik wil nog steeds een antwoord.’
Ze snuift.
‘Dus?’
‘Ja.’ Boze frons. ‘Sukkel.’
Gelukkig.
We zoenen. Liefdevol, passievol. We maken prachtige lipliefde. Het brandt en je zou er vuurwerk aan af kunnen steken. Meerdere kaarsen ontvlammen spontaan van de hitte. De temperatuur stijgt twee graden. Alles steekt op naar de goede richting maar – dan bedenk ik me. Ik bak voor haar na dat gehijg toch nog maar gewoon een tosti.