Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Glasnost | August 20, 2019

Scroll to top

Top

Too Grand to fail?

Too Grand to fail?
AmandaBrouwers

Het einde van het Grand Theatre is in zicht nu het alle activiteiten heeft stopgezet en een faillissement onafwendbaar lijkt. Maar hoe erg is dat, wat kan er nu gaan gebeuren en waar moet op gelet worden?

Vanuit Groningen wordt meelevend op het nieuws gereageerd:

Tweets Grand Theatre

De huidige financieel penibele situatie valt niet alleen te wijten aan het wegvallen van de landelijke subsidie voor productiehuizen, maar ook aan falend toezicht bij het goedkeuren van een ingrijpende verbouwing na deze financiële aderlating en een te rooskleurige voorstelling van toekomstige inkomsten uit het faciliteren van producties. Daarnaast heeft het Grand Theatre de afgelopen jaren niet geïnvesteerd of geïnnoveerd in publieksbinding en weet het amper nieuwe publieksgroepen aan te boren. Binnen de stichting lijkt de naïeve veronderstelling te bestaan dat een sterke, onderscheidende programmering voldoende is om bezoekers het theater in te krijgen. Waarom geen even experimenteel en innovatief marketingbeleid voeren in een theater met zulke vernieuwende kunst? Een punt waar een nieuwe stichting goed op moet gaan letten. Want ja, nu het Grand zo goed als begraven is, is het tijd om na te denken over de volgende stap. Glasnost kijkt voorbij de schuldvraag en vraagt zich af: wat nu?

Wethouder cultuur Paul de Rook heeft in het Dagblad van het Noorden aangegeven met de sector om tafel te gaan om te bespreken hoe de talentontwikkeling- en productiefunctie voor Groningen behouden kan blijven. Dat moet volgens emeritus-hoogleraar theaterwetenschappen Hans Van Maanen in ieder geval een stichting met een soortgelijke functie worden: ‘Het Grand Theatre zorgde eerder vooral voor experimentele programmering en producties. Als deze stichting verdwijnt, blijven alleen De Machinefabriek en Schouwburg/Oosterpoort over als sterke professionele podia in de stad. Dan verliezen we sterk aan diversiteit en nemen we het risico dat één of twee artistieke lijnen dominant worden. Alleen het probleem met het Grand is dat het als podium niet al te goed functioneert.’

Andere gebruiker
Er moet dus een experimenteel podium blijven in de stad, maar door de financiële problemen zal dat waarschijnlijk niet deze stichting zijn. Nu de gemeente geen overbruggingskrediet wil toezeggen, moet de organisatie ergens anders geld vandaan halen of plaats maken voor een nieuwe groep mensen. Dat gebeurt wel vaker en is niet perse nadelig voor het theaterlandschap. Zo is jeugdtheater de Citadel na een negatief subsidie-advies gevallen en vervangen door gezelschap Het Houten Huis. De jeugdtheaterfunctie bleef daardoor behouden, maar werd door een andere organisatie ingevuld. Een andere optie is de Simplon-constructie waarbij de failliete concertzaal een doorstart maakte onder de vleugels van poppodium Vera. Zaken als administratie en inkoop worden gezamenlijk gedaan, maar ook de programmering wordt (deels) door Vera ingevuld. Problematisch in dit soort constructies is dan ook dat de diversiteit van het aanbod onder druk komt te staan. Zeker gezien de oprichtingsgeschiedenis van het Grand Theatre – die tegenwicht wilde bieden aan het aanbod van de Stadsschouwburg en het Noord Nederland Toneel – is dit een gevoelige factor in de komende beslissing. Bovendien gold de nabijheid van het Grand Theatre als argument om in het Forum geen theaterzaal op te nemen.

Ook zal een nieuwe stichting niet opeens zonder moeilijkheden experimentele voorstellingen kunnen programmeren. Van Maanen legt uit dat lege zalen bij experimentele voorstellingen gedeeltelijk veroorzaakt worden door ons subsidiebeleid en theaterbestel. ‘In ‘85 werden de taken van de overheden herverdeeld, de zogenaamde reshuffeling. Vanaf toen subsidieerde alleen het Rijk nog de productie van voorstellingen, terwijl de gemeente de theaters onderhield of ondersteunde. Kunstenaars moesten voor het Rijk vooral aantonen dat ze vernieuwden, dat gaf ze de vrije hand om hele artistiek uitdagende voorstellingen te maken. De kunstenaars waren hier erg blij mee, want ze hoefden niet meer elke overheid tevreden te stellen bij het maken van een productie. Maar steden waren de dupe; de band tussen de stad en een gezelschap verdween en het publiek hield de veelheid aan artistieke ontwikkelingen simpelweg niet bij en haakte af. Daarnaast bleek uit onderzoek van STEP – waar Van Maanen bij betrokken was – dat de manier waarop we in Nederland theater programmeren nadelig kan zijn voor een podium. ‘Waar ze in Aarhus, in Denemarken, tien voorstellingen programmeren per productie, staat er in Groningen maar anderhalve voorstelling per productie. In de praktijk betekent dat dat er wel heel veel verschillende producties te zien zijn, maar dat je nooit een voorstelling kan aanbevelen en dat kan nadelig werken voor de bezoekersaantallen. Ons onderzoek laat zien dat minder produceren in je voordeel kan werken: minder producties trekken vaak meer bezoekers.’

Podium behouden
Een nieuwe stichting zou dus rekening moeten houden met het experimentele gehalte van producties en een voorstelling vaker programmeren. Maar is er straks nog wel een podium om op te spelen? Riskeren we nu niet dat het Grand verkocht gaat worden aan de horeca of dat er straks een gapend gat in de Grote Markt zit? Van Maanen denkt van niet. Hij gelooft niet dat het Grand Theatre als podium zal verdwijnen. ‘Gezelschappen en productiehuizen vallen om als ze geen subsidie meer krijgen, theaters niet. Er kunnen andere gebruikers gezocht worden , maar het podium zal blijven bestaan. Bovendien is de bevolking nog steeds aan het groeien, dus de ruimte is zeer nodig.’

Meer bevolking betekent meer potentiele bezoekers, dus volop kansen. Het Grand Theatre als instituut lijkt too Grand to fail. Een nieuwe stichting met een vergelijkbare experimentele functie lijkt de beste optie voor het gat dat is ontstaan, mits deze zich wil toeleggen op een net zo experimenteel marketingplan en eventueel bereid is om uit het Nederlandse theaterbestel te breken: voorstellingen voor een langere periode produceren en/of boeken en rekening houden met het experimentele gehalte van een voorstelling, zowel voor makers als publiek. Dus roepen wij Groningers op: kom maar op met de gekke plannen, ebsige voorstellingen en nieuwe marketingvoorstellen! Wat voor stichting zou u opzetten en hoe gaat u die aan de man brengen? De stad is er klaar voor…

Door Amanda Brouwers en Daphne Smets